gymles (ook op hofstijl.nl)

Het allerergste op school was vroeger de gymles. Altijd die zelfde twee patsertjes die een team mochten kiezen en altijd dezelfde twee die als laatste overbleven. ,,Nemen jullie Simone, dan nemen wij Mayke wel.’’ Als ik mocht slaan bij slagbal, rende het hele team naar voren want dat werd geheid een vangbal. Als ik in het veld wegdook in plaats van te vangen, werd er hardgrondig geschreeuwd dat ik die bal echt wel had kunnen hebben. Jeeeezus.

Sportief was ik wel, daar lag het niet aan, ik zat op duiken en zwemmen en kon mijn benen in mijn nek leggen. Maar daarmee had ik maar eenmalig succes in de gymles. Op de middelbare school werd het nog erger want daar moest ik een strak korenblauw broekje aan. De ruim zittende van mijn broer werd afgekeurd. Stelletje frikken.

Balspelen zijn stom, met dat gevoel ging ik een paar jaar geleden met mijn buurvrouw mee naar een buurtsportschool in een achterstandswijk. Daar hing zij met andere buurvrouwen aan wat vierdehands fitnessapparaten en speelden zij een half uurtje een balspel. Wat bleek, ik kon wel degelijk een bal vangen en belangrijker: ik genoot ervan. Mijn medesportsters moeten net als ik hartelijk lachen wanneer een bal finaal wordt gemist, maar tegelijkertijd zijn we bloedje fanatiek. Ideale combinatie. Ja oké, ondanks de voorzorgsmaatregelen -geef de dames een volleybal als ze gaan basketballen- eindigen wel eens wat lessen op de Eerste Hulp. ,,Apenkooi? Op uw leeftijd?’’ kreeg een buurvrouw te horen.

Het jongste slachtoffer zat afgelopen maandag tijdens de laatste les voor de vakantie in het Zuiderpark op een kleedje. Met haar krukken voor zich op de grond moest ze toekijken hoe wij de longen uit ons lijf renden met de frisbee. Vrolijk telde ze de punten. Volgend seizoen doet ze gewoon weer mee.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Alzheimer (ook op Hofstijl.nl)

Alzheimer is afschuwelijk, maar voor mensen die hun humor niet verliezen, valt het soms mee. Mijn moeder is zo iemand. ,,Vind je dat ik erg achteruit ben gegaan’’,  vraagt ze bezorgd als we het Jeroen Bosch Ziekenhuis (JBZ) inlopen voor de halfjaarlijkse controle. Ze wil per se niet naar een verzorgingshuis. Wij ook niet. ,,Je kortetermijngeheugen gaat achteruit, maar je doet geen rare dingen.’’

Ze vraagt vaak welke dag het is.  Maar eenmaal alleen thuis, kijkt ze naar de krant, scheurt een velletje van de Peter van Straaten Zeurkalender en bladert in haar agenda wat ze vandaag gaat doen. Nog altijd de geordende bibliothecaresse.

We lopen naar de afdeling geriatrie.  Van de borden ‘U bevindt zich in gebouw B/C, verdieping 0, ontvangstruimte 2 en 3’ raak ik zelfs gedesoriënteerd. Op de afdeling zijn medewerkers vervangen voor automaten en barcodes. ‘Hier kunt u zich melden voor uw afspraak’, lees ik.

De verpleegkundig geriater stelt mijn moeder wat vragen. Of ze weet op welke verdieping we nu zitten. Ik zou het niet weten. Mijn moeder ook niet. Maar ze kijkt naar buiten, telt de verdiepingen van de naastgelegen vleugel en gokt de derde verdieping. Helaas.

De verpleegkundige wil weten hoe het gaat met eten en slapen of ze nog zelf boodschappen doet. Dat laatste bevestigt mijn moeder volmondig. ,,Wij doen ook boodschappen’’, vul ik aan. Maar voel me meteen een beetje een verrader. Mijn moeder kijkt me aan. ,,Je hoeft toch niet alles te vertellen. Anders neem ik je de volgende keer niet meer mee, hoor.’’ Ze schaterlacht.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Weggooien is een kunst (eerder op Hofstijl.nl)

Er zijn mensen die spullen kunnen weggooien en er zijn mensen die dat niet kunnen. Ik behoor helaas tot de laatste groep. Gelukkig heb ik een groot huis. Zodat ik de zooi die ik al een half leven achter me aansleep en waar ik nooit naar omkijk, maar die per se niet weg mag, kan bewaren op een zolder.

Vroeger had ik een vriendin die wel eens mijn klerenkast doornam. Heb je dit afgelopen jaar aangehad, vroeg zij een rood vestje omhoog houdend? Nee, maar… Weg ermee dan! En hop daar verdween dat mooie vestje wat ik nooit droeg omdat het net iets te kort was in de vuilniszak.  Zonde dacht ik dan. En dit lelijke rokje? Misschien kan ik dat nog eens combineren met een… Weg ermee! Van haar pikte ik dat. Bij anderen zie ik ook altijd feilloos wat weg kan.

De makelaar zou komen om foto’s  te maken voor een taxatie van mijn woning. Hij was al eens eerder geweest en nogal negatief, maar toen had ik dan ook niets opgeruimd. Subtiel had de makelaar aan de telefoon gevraagd of ik wat spullen kon opbergen zodat hij makkelijk foto’s kon maken. Dus toog ik op zondagmiddag  aan het werk. Waarom heb ik toch altijd anderen nodig om aan dit soort klussen te beginnen?

Deze afzichtelijke sjaal, of is het een tafelkleed, mag zeker wel weg? En daar kwam het stemmetje: maar die heb ik ooit in Egypte gekocht. Oké, ergens op de plank dan maar. Die radiocassetterecorder? Dan kan ik mijn cassettebandjes niet meer afluisteren. Dat oude matras? Daar kunnen de kinderen nog leuk mee spelen. En dat kapotte kinderbedje zou een vriendin een half jaar geleden al komen ophalen.

Uiteindelijk stond alleen een monsterlijk half kapot Barbie-kasteel van de kinderen bij de vuilnisbak. Nee, niets van mij. Kasten doen wonderen, zelfs in mijn huis, met mijn spullen.

De makelaar kwam, zei helemaal niets over hoe mooi en netjes ik had opgeruimd. Mijn stem klonk hol op de overloop. Wel had hij onderzoek gedaan in de buurt naar soortgelijke woningen. Die deden meer dan hij aanvankelijk dacht. Hij taxeerde een goeie prijs. Maar dat kwam ook omdat ik zo mooi had opgeruimd. Zeker weten.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Wij hebben allemaal papieren (ook op Hofstijl.nl)

Kinderen mogen vanaf 26 juni 2012 niet meer staan bijgeschreven in het paspoort van de ouders, lees ik half maart in een brief van het ministerie van BZK.  Oké, registreer ik, dat moet ik dan even regelen want ik wil deze zomer naar Italië. In de praktijk betekent dat: de brief belandt op tafel, als ik geluk heb op een stapel, maar meestal ergens tussen de oude kranten, kindertekeningen, aantekenboekjes, speelgoed, oude sokken en lege plastic zakjes.

Na een week of wat duikt de brief weer op. Nu echt regelen! Ik maak een afspraak voor woensdag 25 april, de enige dag in de week dat ik kan. Kinderen moeten mee, vader eigenlijk ook. Wanneer regelen andere mensen dit soort dingen? Ik begrijp dat nooit. Met de kinderen naar het stadsdeelkantoor, gewapend met de juiste papieren.  ,,U hebt geen paspoort van de vader’’, dreunt de loketambtenaar. ,,Ik heb een kopie.’’ ,,Maar niet van de pagina waarop de kinderen staan bijgeschreven.’’ ,,Maar dat is precies dezelfde pagina als in mijn paspoort.’’  ,,Sorry mevrouw, dan kan ik u niet helpen.’’  Ze kijkt langs me heen. ,,Wie was er aan de beurt?’’

Ik vloek inwendig en bel de vader. Kan hij snel komen met zijn paspoort? Nee, want hij is op weg naar elders. Andere afspraak maken dan? vraag ik de ambtenaar tussendoor. Nee alles zit vol. En voor 1 mei moet de aanvraag binnen zijn anders heeft het kind geen geldig ID in het buitenland deze zomer. Ik word nog bozer. Het is razend druk bij het stadsdeel. Allemaal ouders met kinderen die dit op het laatste nippertje moeten regelen.  Vrijdagochtend dan maar proberen zonder afspraak; komen de kinderen maar wat later op school.  Waarom krijg ik pas zo laat een brief van het ministerie, mopper ik nog even door.

Een maand later wil ik de kaarten ophalen. De kinderen zijn bij hun vader, dan kunnen dit soort dingen even snel tussendoor. Lange rij bij het stadsdeelkantoor.   ,,Waar zijn de kinderen? ‘’vraagt de loketambtenaar als ik aan de beurt ben.  ,,Eh?’’ ,,Die moeten hun eigen kaart komen ophalen.’’ ,,Maar ze zijn 4 en 7 jaar…’’ ,,Het zijn hún papieren.’’  ,,Maar u hebt mijn kinderen toch al gezien? Meerdere malen’’, protesteer ik . ,,Sorry mevrouw, ik heb het ook niet bedacht.  Wie was er aan de beurt? ‘’

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Evert (ook op Hofstijl.nl)

Fietsen is lekker. Bij de kiloknaller in de buurt van de Houtrusthallen kan dat heel goedkoop. Voor 15 euro per maand ga ik in een benauwd zaaltje voor een breedbeeldscherm en dvd-speler zitten op een fiets. Met andere slachtoffers, veelal in wielertenue. Dan zetten we Evert aan.

Evert heeft altijd goeie zin. Evert zegt tegen ons: ,,smeren jullie je goed in, want de zon schijnt hard vandaag.’’ Dan lacht hij om zijn grap. Evert zit ook op een fiets en achter hem zien we een landschap. De Alpen, Tanzania, Spanje of Rotterdam. De dvd is gemaakt vanaf het dak van een auto, zodat het net lijkt alsof je daar zelf fietst. Dat is leuk. Onze hersenen laten zich om de tuin leiden, want als er een scherpe bocht naar links komt op tv, hangt de helft mee naar links. Ik voel me zelfs misselijk worden in een haarspeldbocht.

Iedere keer dat ik me daar uitsloof, denk ik aan mijn oma. Dat ik me in zo’n zaaltje in het zweet fiets. Drie kwartier suggestie van buitenlucht, keurig ingepast tussen de andere activiteiten van de dag. Dat zou mijn oma niet begrijpen.  ,,Het ziet er goed uit mensen’’, zegt Evert. ,,Zien jullie de sneeuw op de toppen? Wie straks het eerst een sneeuwpop heeft gebouwd.’’ Hoe vaker ik ga, hoe meer landschappen ik zie, hoe harder Evert lacht, des te meer ik naar buiten verlang. Sinds vriend A. vorige week op zijn racefiets in de Ardennen een tocht heeft gemaakt staat mijn besluit vast.
Dag Evert: tijd voor een echte racefiets.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Zingen

Zenuwen, daar moet je nooit tegen vechten, zegt mijn vriendin. En zij kan het weten want zij is musicus. Als je een optreden hebt, laat die zenuwen er dan maar zijn. Hoe hinderlijk ook, als je een instrument bespeelt en je handen trillen. Of als je zingt en je adem hapert.

Van vechten raak je nog meer uit je concentratie. Dan ben je niet meer  bezig met wat je zo mooi kan op een podium. Ze heeft gelijk en ik denk er altijd aan vlak voor ik ga zingen. Iets doen op een podium is je bloot geven.  Je laat iets kwetsbaars zien van jezelf. Maar ook je kracht. Ik vind dat mooi. Afgelopen zondag zong ik voor het laatst met mijn ensemble en ook een lied alleen.

Het uitzicht vanaf het podium op mijn kleurende kinderen maakte alles relatief.  Ik heb namelijk een clown als jongste dochter. Op school is daar niets van te merken, maar thuis des te meer. Tijdens ‘Have you seen the light?’ trok ze haar jas ondersteboven aan. Blij verbaasd over het resultaat. Bij ‘I’m so Misty’ trok ze mijn jas aan. Klappen werd nu nog leuker.  Bij het gevoelige ‘Orpheus with his lute’ greep ze mijn tas en dook onder de tafel. Toen ze bij ‘Fields of Gold’ met jas en tas voor het podium ging paraderen, moest ik ingrijpen. Terug op de stoel balanceerde bij ‘The bare necessities’ het deksel van de stiftendoos op haar hoofd. Toen ‘La Cucaracha’ voorbij was en ze eindelijk echt gek mocht doen, hoefde het niet meer. Ze wilde naar bed.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Makelaar

De makelaar komt naar mijn huis kijken. Niet voor een verhuizing, maar voor een taxatie. Bel doet het niet. Rotbel ook altijd. Soms doet ie het namelijk wel. Wat een rommel, denk ik terwijl ik mijn woonkamer door zijn ogen bekijk. Ik had wel even kunnen opruimen. Nee daar let hij niet op, verzekert hij mij.

Alweer tien jaar oud deze huizen. Mooi. Groot. Diepe tuin. Altijd positief beginnen zie ik hem denken. En ja hoor, daar komen de maren. ,,Tja, de buurt…. en geen achterom, he?!” ,,Gelukkig niet”, zeg ik meteen. Ik laat me mijn huis niet zo maar afkraken. ,,Inbrekers komen hier in ieder geval niet binnen.” Als voormalig inwoonster van Amsterdam met twee inbraken achter de kiezen, heb ik daar kijk op.

Het maakt weinig indruk. Maar ik geef niet op: ,,In het Zeeheldenkwartier of boven de Laan van Meerdervoort betaal je een ton meer. Dit huis heeft TWEE verdiepingen en een giga tuin.” Hij knikt welwillend. Vriendelijk. Als een vader die wel beter weet. ,,Ik ben al 26 jaar makelaar. Huizen in goede wijken stijgen in prijs. Huizen in buurten als dit niet. Dat komt omdat de buurt niet verandert. Ja en waar dat aan ligt?”

Dat mag ik bedenken. Maar veel waard is mijn huis dus niet. Voor mij wel. En gelukkig wil ik ook helemaal niet verhuizen.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Auto in brand

Wat moet je doen om huurders zo agressief te krijgen dat ze ’s nachts je ramen ingooien,  je in elkaar slaan en je auto in brand steken op klaarlichte dag? Wij vroegen dat onze overbuurman, die woningen verhuurt en dit soort dingen regelmatig meemaakt. Wij als buren zijn getuigen. En dat willen we niet meer. Buurtactie dus richting gemeente, maar eerst een gesprek met het slachtoffer. Hij heeft geen idee, wat hij verkeerd doet, zegt hij zittend in zijn kantoortje, uitkijkend op de wachtruimte en de kogelvrije glaswand die de twee ruimtes van elkaar scheidt. Zie je die stapel daar? Hij wijst op een twintig centimeter dikke stapel formulieren. Processen verbaal van de deurwaarder. ,,Ik zeg het altijd maar één keer.’’ Als ze niet betalen, schakelt hij de deurwaarder in. Het klinkt logisch. Huurders moeten betalen. Natuurlijk. Maar waarom wordt een Afrikaanse man zo boos dat hij met een baksteen, wasbenzine en een aansteker zijn dure jaguar te lijf gaat? ,,Ik heb geen idee.’’ De dader is gepakt. Inderdaad. Nadat hij had geprobeerd het kantoor in de fik te steken, bleef hij staan wachten tot de politie hem afvoerde. ,,Praatjes komen ze gooien.’’ Dan hebben ze weer geen geldig paspoort; dan doen ze weer alsof ze wél hebben betaald. ,,Maar ik schrijf altijd een kwitantie uit. Die verscheuren ze dan hè.’’ Problemen, problemen. Zelf wordt hij er ook in geluisd, moet binnenkort zelf voor de rechter komen.

Alleen al in onze straat verhuurt hij acht kamers. Voor, zo zegt hij, driehonderd euro. Hij wil ook dat het stopt, dat hij rustig over straat kan. Hij heeft camera’s opgehangen die de hele straat van hoek tot hoek overzien. Onze huizen worden ook in de gaten gehouden. Een hele geruststelling. En sinds hij stalen rolluiken heeft genomen, worden wij niet meer steeds wakker van het gerinkel van ingegooide ramen. Dat is alvast iets.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Drol

Voor het perkje bloemen bij mijn voordeur ligt een drol. Ja hoor. Welke ontzettende aso laat zijn hond voor een deur en naast een perkje met BLOEMEN schijten? En hoe ga ik dit opruimen? Laten liggen is geen optie met kinderen en fietsen. Een cocktailprikker in de drol met de tekst ‘drol zoekt baasje’, was één keer leuk.  Niet dat het wat heeft geholpen.  Deze drol is een beetje waterig, een klein hondje zo te zien. Wee als ik die hier door de straat zie lopen. Zonder zakje in zijn bek. Terwijl ik een emmer water vul, vraag ik me af of baasjes die hun hond bij anderen voor de deur laten poepen, bedenken dat daar mensen wonen. En dat die mensen de stront van HUN hond moeten opruimen. Of zien ze hun kans schoon omdat anderen hun hond hier ook laten schijten? En zeg nou zelf, die bewoners kennen ze toch niet. Wij worden bepaald door wat anderen doen, zei een gedragswetenschapper onlangs tegen mij. We weten dat we geen zooi op straat mogen gooien, maar als er zooi ligt ‘mag’ het ineens wel.  Best raar eigenlijk. Maar als we gepakt kunnen worden laten we het wel uit ons hoofd. Moet ik zeker de hele dag voor het raam gaan zitten loeren. Of zoals deze getergde bewoners dit briefje ophangen.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

De Trein van veertien over

15.00: Utrecht Centraal. De sprinter naar Den Haag vertrekt om vijf over drie en de intercity om veertien over. Snel naar het perron waar de sprinter al klaar staat. Poeh, die stopt wel op heel veel stations. Daar is een conducteur:  ,,Weet u of…’’ begin ik. ,,Ook goedemiddag’’, bromt de conducteur. ,,Ach ja, sorry, u hebt helemaal gelijk.’’ Ik vraag welke trein sneller is. Die van veertien over haalt de sprinter al vóór Gouda in.

Mooi, dan neem ik die van veertien over en kan ik nog mooi even naar Jambelle, mooie kousen kijken. Om elf over loop ik richting perron, zie alleen geen trein naar Den Haag op de witte borden voor de trappen naar het perron. Ook op het grote bord in de hal is de trein naar Den Haag verdwenen. Ben ik nou gek? Om vijftien over spreek ik een conducteur aan. ,,Goedemiddag mevrouw,  waarom rijdt de trein van veertien over niet? Hij staat niet meer op het bord.’’ ,,Dat komt omdat hij al weg is.’’ ,,Nee’’, zeg ik beslist. ,,Net stond hij nog op het bord.’’ ,, Ja maar nu is het vijftien over en is die trein al weg.’’ ,,Nee, nee u begrijpt het niet.’’

Ze kijkt op haar reisplanner. ,,De trein van veertien over reed gewoon’’, merkt ze nuchter op. ,,Ik wil wel even voor u bellen.  Maar waarom bent u eigenlijk niet naar het perron gegaan?’’ ,,Ik wist niet welk perron… ‘’pruttel ik.  ,,En ik begrijp ook niet waarom u niet meteen om vijf over naar het juiste perron bent gelopen.’’ ,,Nouja, ik wilde nog even… ‘’  ,,Maar u wilt graag naar Den Haag? U kunt met de trein van 15.29 op spoor 18.’’ ,,Dank u, dan ga ik maar vast lopen dan haal ik hem vast.’’

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen